
Stop met het verspillen van energie aan de productie van biosensoren
Het maken van biosensoren vereist veel energie. De sensoren moeten op de juiste manier worden verhit en gedroogd; anders werken ze niet. Jarenlang werd hiervoor gebruik gemaakt van grote convectieovens. Maar hier ligt het probleem: je verhit eigenlijk een enorme hoeveelheid lucht, alleen maar om een kleine, dunne filmvormige sensor op te warmen. Dat is een enorme verspilling van energie. Daarom zijn we overgestapt op infraroodlampen.
Waarom infraroodlampen werken
We gebruiken infraroodemitters met korte golflengten, omdat deze geen invloed hebben op de lucht om zich heen. In plaats van te wachten tot de ruimte warm wordt, gaat de energie rechtstreeks naar het sensormateriaal. Stel je voor dat de zon op je huid schijnt op een koude dag: je voelt de warmte meteen, zelfs als de lucht om je heen ijskoud is. Door de golflengte af te stemmen op het sensormateriaal, voorkomen we dat de energie wordt teruggestuurd of wegloopt. Hierdoor wordt het aantal kilowatuur per sensor verminderd. Dit maakt het mogelijk om echt ‘groene fabrieken’ te creëren, in plaats van het alleen maar als een buzzword te gebruiken.
Het lastige aspect: balans vinden
We gebruiken halogeengas in hoogzuivere kwartsomhullingen. Het goede nieuws is dat ze de gewenste temperatuur al na enkele seconden bereiken. Er is dus geen sprake meer van wachten tot de oven klaar is met voorverwarming. Maar je kunt de stroomsterkte niet zomaar op maximum zetten. Als je te veel energie in een klein gebied stuurt, kan dit leiden tot beschadiging van de sensor of thermostatische schokken. Het is dus een delicate balans. We besteden veel tijd aan het kalibreren van de lampen, zodat de warmte gelijkmatig wordt verdeeld. Niemand wil immers een hele batch sensoren weggooien vanwege een paar ‘ hete plekken’.
Integratie in de productielijn
Het fijne aan infraroodlampen is dat ze weinig ruimte innemen. Ze kunnen direct in de productielijn worden geplaatst, zodat de sensoren tijdens het fabricageproces worden verhit. Het enige probleem is de afstand. Als de lampen te dichtbij staan, kunnen de organische lagen van de sensor worden beschadigd. Als ze te ver weg staan, werkt het proces trager. Om dit te voorkomen, gebruiken we PID-regelaars. Hierdoor blijft de temperatuur precies waar het hoort te zijn. Dat is de enige manier om ervoor te zorgen dat de medisch gebruikte sensoren stabiel blijven.