
Laat geen enkele infraroodlamp je biosensorsysteem beschadigen Het maken van biosensors vereist grote precisie. De thermische parameters moeten perfect zijn. Daarom gebruiken we hoogwaardige infraroodlampen. Maar hier zit het probleem: zo’n hoge stroomsterkte is gevaarlijk. Als er een klein barstje in de lamp zit of als de afsluiting niet goed werkt, kan dat leiden tot storingen in het hele systeem of zelfs tot schade aan de sensoren die je urenlang hebt klaargemaakt. Dat is een nachtmerrie waar niemand mee wil te maken hebben.
Waarom testen we elke lamp? We gebruiken geen groepsmonstering. Dat is te risicovol. In plaats daarvan wordt elke lamp grondig getest op weerstand tegen hoge spanningen en op de isolatiekwaliteit, voordat de lamp onze fabriek verlaat. Denk eens na over waar deze lampen zich bevinden: ze zitten meestal vlak naast gevoelige elektronische componenten en geleidende onderdelen. Als er een zwakte in het kwarts omhulsel zit of als de elektroden niet goed afgesloten zijn, kan dat leiden tot stroomlekken. Door de isolatie onder druk te zetten, kunnen we ervoor zorgen dat de lamp niet ontploft zodra deze wordt aangesloten. Dit beschermt je apparatuur en voorkomt ongewenste stilstanden.
De nadelen van hoge spanningen Hogespanningsinfraroodlampen hebben wel voordelen: ze nemen minder ruimte in beslag en maken het mogelijk om eenvoudige bedrading te gebruiken. Maar er zijn ook nadelen. Hoge spanningen zetten de isolatie onder grote druk. Als het kwarts niet zuiver is of er een defect is in de afsluiting, zal de lamp stoppen met werken onder belasting. Daarom zijn we zo nauwgezet bij het controleren van de kwaliteit. Dat is de enige manier om ’s nachts rustig te slapen.
Een paar tips voor ingenieurs Wanneer je deze lampen in je systeem plaatst, controleer dan goed of de aarding goed werkt. Zorg ervoor dat alles stevig is vastgemaakt. En hier is nog een tip: hoge hittemiddelen kunnen op den duur de isolatie van kabels beschadigen. Zelfs met perfect geteste lampen kunnen de kabels nog steeds beschadigen. Houd je koelingsventilatoren goed in de gaten en zorg ervoor dat ze het maximale aantal graden aankunnen. Anders moet je vaker kabels vervangen dan je zou willen.