
Stop met het opwarmen van je apparaat en begin in plaats daarvan de sensoren op te warmen.
Wanneer je bio-sensoren maakt, wil je dat de warmte rechtstreeks op het substraat terechtkomt. Niets anders. Je wilt niet dat de warmte de wanden van het apparaat bereikt.
Het probleem is dat standaard IR-lampen de warmte in alle richtingen uitzenden. Als je werkt binnenin een compact semiconductorgehuis, fungeren die wanden eigenlijk als ‘sponzen’ voor al die verspilde energie. We noemen dit het ‘hot-wall-syndroom’. Het is een groot probleem: niet alleen wordt het behuizing gevaarlijk om aan te raken, maar ook wordt de kalibratie van de sensoren verstoord, omdat de temperatuur niet stabiel blijft.
De oplossing is om de warmte precies waar te laten komen waar je het nodig hebt.
In plaats van een gewone kwartsbuis te gebruiken, maken we gebruik van gespecialiseerde reflectoren en coatings die de IR-energie juist in de gewenste richting sturen. Denk erbij aan het verschil tussen een gloeilamp en een zaklamp: door het lichtbundeltje te versterken, kan de energie precies op het doel worden gericht.
Er zijn geen golven meer die tegen de wanden van het apparaat botsen. De metalen behuizingen worden ook niet meer te heet. De energie gaat rechtstreeks naar het materiaal van de bio-sensor, zodat de lucht en het frame ongemoeid blijven.
Dit maakt de rest van de set-up veel eenvoudiger.
Omdat de warmte nergens anders naartoe gaat, hoef je het apparaat niet te isoleren met zware materialen. Bovendien kun je die grote koelventielen vermijden – wat een groot voordeel is, want ventilatoren blazen meestal alleen maar stof en vuil op het werkoppervlak.
Maar let op: wanneer je het lichtbundeltje zo concentreert, is de hitte op het focupunt enorm. Als je een lamp met hoge vermogens gebruikt, zonder de timing of afstand aan te passen, zal het substraat waarschijnlijk beschadigen. Je moet dus een balans vinden tussen de intensiteit van het lichtbundeltje en wat het materiaal wel kan verdragen.
Kortom: je stopt met het verspillen van energie aan overbodige opwarming.
Je krijgt dezelfde snelheid van opwarmen, maar je energierekening blijft lager. Belangrijker nog: je leven wordt eenvoudiger. Je hoeft je geen zorgen meer te maken over het risico dat het apparaat iemand kan verwonden, en je kunt je concentreren op de precisie van je sensoren.